Wat nu, als ik er ineens niet meer ben?

Het is 5.50 uur. In de slaapkamer naast die van mij, gaat de wekker van mijn oudste. Zelden wordt hij binnen enkele seconden wakker en regelmatig drukt hij op snooze. Zijn jongste broer, waarmee hij samen op een kamer slaapt, is eraan gewend geraakt, blijft tegenwoordig gelukkig liggen en slaapt weer verder.

Oudste drinkt koffie, smeert brood, doet gel in zijn haar, poetst zijn tanden en gaat aan het werk. Om 6.15 uur trekt hij de voordeur achter zich dicht. Nooit tegenzin, niet dat ik merk. Wat gun ik hem een lieve vriendin en een mooi huis!

Ik kan de slaap niet meer vatten. Hoewel ik ze niet persoonlijk ken, denk ik aan de (jonge) dochters van Diana Koster. En aan haar man. Verdoofd achtergebleven na haar plotselinge overlijden. Zo genoot ze met haar kinderen van een ijsje, zo werd ze onwel, hersenbloeding. Boem. Weg.

Iemand van mijn leeftijd, actief, succesvol en inspirerend. Vol in het leven staand. Wat is dat eigenlijk ‘vol in het leven’? Het antwoord doet er niet meer toe als de dood zo genadeloos toeslaat. Diana schreef twee boeken ‘Perfecte moeders bestaan niet’ en zeer recent ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’. Perfect doodgaan bestaat ook niet. Ik voel een brok in mijn keel, de tranen branden in mijn ogen. Ik word even heel verdrietig en heel bang. Het kan mij – en daarmee mijn kinderen – ook zomaar overkomen. Vandaag. Morgen. Vroeg en plotseling doodgaan. Van zulk nieuws heb ik de neiging om in een praktische modus te schieten, maar nu, nu schrijf ik even. Om stil te staan. Bij haar overlijden. Bij van alles.

Ik denk aan mijn dochter, bijna MBO afgerond en klaar om aan HBO te beginnen. Hoewel klaar… ze heeft zich aangemeld bij de KLM flight academy. De kans is klein, maar als ze toegelaten wordt, gaat ze geen HBO, maar Havo doen. Een omweg, maar de enige weg voor haar om ooit het mooiste beroep van de wereld te mogen uitoefenen. Ik heb geprobeerd haar op andere gedachten te brengen, maar ze is standvastig. En ik laat. En steun haar.

Ik denk aan mijn middelste, die het dit jaar niet redt in Havo 4 en gaat overstappen naar MBO. Lange tijd dachten wij dat het wel ging lukken, maar na de laatste toetsweek was de hoop weg en moest hij ‘ineens’ gaan nadenken over een beroepsopleiding. Dat wordt nog een zoektocht, maar ik heb er alle vertrouwen in, dat hij wordt wie hij is.

Ik denk aan oudste-van-tweeling, die gisteren verdrietig uit school kwam na een aanvaring met de docent van talent in zicht (TIZ), een praktijkvak waarbij de leerlingen creatief bezig zijn om zo te ontdekken waar zij goed in zijn. Hij haat dit vak. Uit de grond van zijn hart. Op de lagere school was ik eens creamoeder, had daar ook kinderen in mijn groepje die vreselijk ongelukkig werden van knutselen. Een keer raden welk gedrag zij lieten zien… Hoewel ik zelf wel geniet van creatief bezig zijn, begrijp ik mijn kind ook. Ik heb immers ook werkzaamheden die ik haat, keer op keer probeer te ontwijken, chagrijnig van word, maar toch moet doen.

Hij is vandaag weer naar school gegaan waar hij zich eerst zal moeten melden, verantwoorden, whatever. In plaats van gisteren een gele kaart te halen is hij – boos en verdrietig – rechtstreeks naar huis gefietst. Vandaag willen de mentor en de tiz docent met hem praten, maar hij wil dat niet. Ik hoop maar dat hij op tijd was, hij kon zijn fietssleutel namelijk niet vinden (wie zal dat geloven?) School is het niet en wordt het niet, helaas voor hem moet hij nog even… gelukkig zie ik thuis andere kanten waar hij van geniet, van zijn werk, zijn sport en andere hobby’s.

Jongste-van-tweeling wordt ook niet heel gelukkig van school, maar wel van voetballen. In de afgelopen drie weken speelde hij 7 wedstrijden. Met zijn eigen team, maar ook met teams die spelers te kort hadden. Hij droomt ervan om later zelfvoorzienend te leven en wonen in de natuur. Samen met twee honden, maatjes.

Dromen. Heerlijk.

Het is 7.00 uur. Ik hou het niet meer uit in bed en stap onder de douche. Ik doe zachtjes want iedereen lijkt nog te slapen. Als ik beneden kom, zijn mijn tweelingjongens reeds beneden. Mijn hoofd is nog vol van alle gedachten en ik ben niet goed in staat om verbinding met ze te maken. Wat nu, als ik er ineens niet meer ben? De paniek grijpt me weer bij de keel.

Oudste aan het werk, tweelingjongens naar school, dochter gaat einde van de ochtend en middelste heeft al vakantie. Ik zit te mijmeren en neem mij voor om ergens in de meivakantie een digitaal testament te maken. Een overzicht van al mijn accounts en wachtwoorden. Met daarbij wensen voor mijn online leven na mijn dood. Niets regelen betekent een extra last voor mijn familie (lees: kinderen) en dat wil ik absoluut niet.